Winkelmand

Back to top

Achtergrondinformatie over het vak Kunstzinnige Therapie

Praktijk-L / Achtergrondinformatie over het vak Kunstzinnige Therapie

Achtergrondinformatie over het vak Kunstzinnige Therapie

Over het vak en diploma Kunstzinnige Therapie

Opleiding

De opleiding ‘Kunstzinnige Therapie’ (CROHO nr. 34506) valt onder de sectoren Hogere Sociale Studies (Hsao) en Hoger Gezondheidszorg Onderwijs (net als MWD, SPH, CMV, Pedagogiek, Social Work, Toegepaste Psychologie en Creatieve therapie) Het beroep kunstzinnig therapeut valt onder vak-therapeutische beroepen en is als zodanig opgenomen in het landelijk domeinprofiel vaktherapeutische beroepeni. Dit domeinprofiel bouwt voort op het Beroepscompetentieprofiel GZvaktherapeut (GGZ Nederland, 2012) dat geaccordeerd werd door de relevante brancheverenigingen, te weten GGZ Nederland, Actiz, Jeugdzorg Nederland en VGN.

 

Aan de opleiding zijn kwaliteitseisen gesteld als aan op grond van de Wet BIG geregelde paramedische beroepen. Het beroep is (nog) niet op grond van de wet BIG geregeld maar heeft wel een goed functionerend kwaliteitssysteem dat door de beroepsgroep zelf is ontwikkeld en wordt uitgevoerd. Gediplomeerden beschikken over voldoende algemene medische en psychosociale basiskennis en kennen de grenzen van hun handelen. Het is een sociaal ingestelde opleiding, waarbinnen veel gebruik wordt gemaakt van de praktijk. De verbinding en samenwerkingsrelatie met relevante werkvelden krijgt vorm in begeleidende activiteiten, stages, praktijkgericht onderzoek en minoropdrachten. Werkvelddeskundigen dragen als gastdocent bij aan de actualiteit van het onderwijs. Het onderwijs is zo ingericht, dat afgestudeerd kunstzinnig therapeuten voldoen aan de eisen die door de landelijke beroepsverenigingen aan vak therapeutische professionals van de verschillende disciplines worden gesteld.

 

Het diploma Kunstzinnige Therapie kwalificeert ook voor andere beroepen zoals:

– Sociotherapeut (net als MWD, SPH en Creatieve Therapie).

– Pedagogisch Medewerker, bepaald door partijen bij de CAO Kinderopvang

– En geeft recht op inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd en verbindt zich daarmee aan een beroepscode en tuchtrecht.

 

Het beroep kunstzinnig therapeut maakt onderdeel uit van de GGZ-beroepenstructuur die door het Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding in de GGZ (CONO) is ontwikkeld net als het beroep van verpleegkundige en de medische-, de psychologische-, de psychotherapeutische en agogische vak-therapeutische beroepen.  De kunstzinnig therapeut is breed inzetbaar omdat ze op veel terreinen en met veel doelgroepen kan werken (een ‘T-shaped professional’ waarbij de verticale streep van de T staat voor specifieke kennis, vaardigheden, ervaring en competenties en de brede streep voor de brede inzetbaarheid).

 

Relevante, behaalde competenties m.b.t. kwalificatie voor overige beroepen:

– Kennis van en inzicht in de belangrijkste ontwikkelingsstoornissen, somatische en psychiatrische ziektebeelden, vanuit regulier en antroposofisch perspectief.
– Kennis van biologische, biografische en historische aspecten van de menselijke ontwikkeling (anatomie, fysiologie, ontwikkelingspsychologie, levenslooppsychologie), vanuit regulier en antroposofisch perspectief.

 

– Kennis van behandelrichtlijnen en contra-indicaties, van belangrijke psychologische theorieën, stromingen en modellen (o.a. psychodynamica, behaviorisme, sociale leertheorie, het bio-psychosociale model, schematheorie, analytische psychologie, systeemtherapie, mentalisatie, transactionele analyse, dialectische gedragstherapie).

 

– Waarnemingen en menskundige inzichten integreren tot een samenhangend diagnostisch beeld en wetenschappelijke inzichten integreren bij diagnostiek, behandeling en evaluatie van een therapeutisch proces.

 

– Richtlijnen voor interventies en behandeling (bij specifieke stoornissen) integreren in de procesvoering en inzicht in algemene en specifieke behandelingsrichtlijnen toepassen bij vervolgadvies en doorverwijzing.

 

– Waarnemen en interpreteren van gezondheids- en ziekteverschijnselen, vroeg-signalering en herkennen van situaties waarin moet worden doorverwezen naar andere behandelaars of instanties – Integraal waarnemen, beeldvormen en handelen vanuit visie op gezondheid en ziekte, vanuit zowel salutogenese en pathogenese, holistisch en regulier perspectief.

 

– Inleven in, en communicatie afstemmen op de cliënt en creëren van een veilige situatie t.b.v. het behandeltraject voor de cliënt. Afstemmen van de attitude op levensfase, specifieke situaties of stoornissen, waarborgen van de privacy van de cliënt (kennis van privacywetgeving).

 

– Evenwicht bewaren tussen betrokkenheid en distantie (door gradaties van afstand en nabijheid in te zetten, cliënten activeren op een veilige manier met hun doelen aan de slag te gaan), rekening houden met de balans draagkracht-draaglast van cliënt en aspecten van overdracht en tegenoverdracht herkennen en hanteren.

 

– Bewaken van de intrinsieke waarde en gelijkwaardigheid van ieder individu in de cliëntbegeleider-relatie en binnen het samenwerkingsproces.

 

– Kennis van model en theorie Dynamische Oordeelsvorming, van interactiemodel ”Roos van Leary”, van drama-driehoek t.b.v. analyse en interventie bij samenwerkingsprocessen, van model ‘Draagkracht en draaglast’, van psychotherapeutische theorieën en begrippen ‘Overdracht en Tegenoverdracht’ en van welzijn bevorderende en inzetbare thema’s en kunstzinnige werkvormen.

 

 

Doelgroep/het werkveld

 

Kunstzinnig therapeuten bewegen zich in beide domeinen ‘gezondheidszorg en sociaal werk’, care en cure.
De huidige vier grootste werkgebieden zijn GGZ (incl. de kinder- en jeugdpsychiatrie), VGZ, ouderenzorg en jeugdzorg.

 

VGZ: Voor zowel mensen met een licht verstandelijke beperking als met een matige tot ernstige beperking. Uitgangspunt van de zorg is dat een verstandelijke beperking op zichzelf niet leidt tot gedragsproblemen maar dat die ontstaan door een laag IQ en een beperkt sociaal aanpassingsvermogen in combinatie met psychiatrische problematiek en/of problemen in de sociale context.
Begeleiding richt zicht o.a. op:

 

– het beperkte sociale aanpassingsvermogen versterken en psychiatrische problemen/ problemen in de sociale context verminderen

 

– bijdragen aan het analyseren van de factoren die een rol spelen bij het gedragsprobleem

 

– ontwikkelen van sociale vaardigheden en leren omgaan met bijvoorbeeld stressvolle situaties

 

– zorg leveren gericht op de gevolgen van trauma’s, hechtingsstoornissen, moeilijke verstaanbaarheid, psychiatrische stoornissen e.d.

 

GGZ: Voor mensen waarbij de ratio geen wenselijke of mogelijke ingang is. Dat kan gelden voor hulpvragers die te eenzijdig verbaal ingesteld zijn en daardoor zich moeilijk bewust worden van hun gedrag en gevoelens. Maar ook voor hulpvragers bij wie het verbaal vermogen minder sterk ontwikkeld of beperkt is.

 

– mensen met verschillende psychiatrische stoornissen, zoals bijvoorbeeld stemmings-, angst- en psychotische stoornissen, eetstoornissen, trauma-gerelateerde problematiek en persoonlijkheidsproblematiek, van licht tot complex/ernstig.

 

– de inzet van interventies hangt niet alleen af van de afweging vanuit ratio, het kan ook ingezet worden bij hulpvragen die meer medisch georiënteerd zijn, zoals bij niet aangeboren hersenletsel (NAH).

 

Ouderenzorg: Inzet binnen geestelijke gezondheidszorg: revalidatie, psychosomatische zorg, oncologie en binnen het ziekenhuiswezen (de medische sector is het oorspronkelijke werkveld van de kunstzinnige therapie, van waaruit geleidelijk een ontwikkeling richting toepassingen in aanpalende sectoren is doorgemaakt).

 

Jeugdzorg: Voor jeugdigen met diverse problematieken zoals – hechtingsstoornissen, gedragsproblematiek, systeemproblematiek, stemmings-, angst- en psychotische stoornissen, eetstoornissen, trauma- en/of rouw gerelateerde problematiek en ontwikkelingsstoornissen van licht tot complex/ernstig.

 

 

Voor alle werkgebieden geldt dat de begeleiding/behandeling zich richt op algemeen biologische, sociale en psychische componenten en af kan spelen op verschillende gebieden zoals:

 

– emotie en agressieregulering

– spanningsregulatie, ontspanning

– contact met eigen gevoelsleven of lichaamsbeleving

– functionele problemen m.b.t motoriek

– ontwikkelingsachterstanden

– spraak- en taalproblemen

– cognitieve stoornissen

– zelfbeeld, identiteit

– autonomie en assertiviteit

– (h)erkennen van grenzen

– contact, interactie en sociale vaardigheden

– rouw, verwerking en acceptatie

 

Via ervaringsgerichte werkwijze wordt gewerkt aan doelstellingen gericht op verandering, ontwikkeling, stabilisatie of acceptatie op emotioneel, gedragsmatig, cognitief, sociaal, neurologisch of lichamelijk gebied. De cliënt wordt doelgericht aanzet tot ervaren, vormgeven en handelen en daarmee uitgenodigd tot bewustwording, betekenisverlening, ontwikkeling en training/verandering. De gerichte interventies grijpen direct aan in het nu, dat maakt bewustwording en training van vaardigheden mogelijk en inzichtelijk.

 

Het gaat om herstel ondersteunende zorg, het begrip herstel…

– gaat uit van een samenhangende visie op de eigen kracht, burgerschap en eigen regie, met erkenning van de ervaringskennis van cliënten, hun familie en sociale netwerk of persoonlijk steunsysteem. Bij herstel gaat het om persoonlijke processen waarin mensen met beperkingen in hun functioneren proberen de draad weer op te pakken en hun leven opnieuw inhoud en richting te geven. Herstellen is wat cliënten zelf doen – behandeling, zorg en ondersteuning staan ten dienste van dit proces: ‘de cliënt ondersteunen bij zijn vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven’.

Vaktherapieën in de oncologische zorg

Wetenschappelijk onderzoek naar het effect van kunstzinnige therapie bij angst