Winkelmand

Back to top

Autisme & Antroposofie

Praktijk-L / Geen categorie  / Autisme & Antroposofie

Autisme & Antroposofie

Volgens de Antroposofie gebeurt er bij baby’s die geboren worden met autisme iets wat bij andere baby’s niet gebeurd. Ze schrikken namelijk terug, waardoor ze niet helemaal op Aarde terecht komen. Dat bedoel ik niet fysiek, maar geestelijk. Ze blijven een beetje in de hemelse sfeer hangen en gronden minder, waardoor ze vaak net wat anders zijn dan baby’s die zonder autisme geboren worden. Hierdoor zijn ze bijvoorbeeld vaak goed in rekenen. Rekenen hoort bij de geestelijke wereld, dat is abstract en dat valt onder de wetmatigheden, zoals natuurkunde en scheikunde. Taal is iets Aards, dat is bedacht door mensen.

 

Mensen met autisme zullen zich dan ook beter thuis voelen wanneer zij te maken krijgen met die wetmatigheden, abstracte dingen, reken, algebra en wiskunde, terwijl zij niet sterk zullen zijn in taal, communiceren, emoties en het hele menselijke spectrum aan ‘vage’ onwetmatig heden.

 

De wisselwerking tussen binnen- en buitenwereld werkt vaak anders dan bij mensen zonder autisme. De grens tussen het zelf, het ik, en de buitenwereld is minder sterk dan normaal. Dat betekent dat signalen uit de buitenwereld heel sterk binnen kunnen komen, maar ook dat signalen van binnenuit niet goed naar buiten gebracht worden, wat beide voor frustratie kan leiden en tot boosheid of woede-uitbarstingen kan leiden.

 

De overgevoeligheid voor zintuigindrukken leidt ertoe dat kinderen met autisme met veel angst of zelfs met paniek reageren op prikkelingen van buitenaf. Harde geluiden, veranderingen in de mate van licht of duisternis, of aanrakingen kunnen heel heftig binnekomen. De huid wordt te weinig als grens ervaren tussen henzelf en de buitenwereld. Kinderen met autisme zijn dan vaak ook heel erg gevoelig voor de sfeer die ergens hangt, de omgeving of voor wat je uitstraalt als persoon zijnde.

 

Met autisme is het moeilijk om alle achtergrondgeluiden, informatie die binnenkomt en alle prikkelingen te rangschikken op prioriteit. Alles komt even sterk binnen en daardoor verliezen ze het overzicht. Vaak zijn ze sterk visueel ingesteld en hebben zeer intellectuele gedachtegangen, maar kunnen de taal niet altijd als medium inzetten om zichzelf uit te drukken. In wezen hebben ze een net wat andere bewustzijnsvorm, een waarop ons systeem van leren niet op aangepast is.

 

Vaak hebben moeders bij de geboorte van een kind met autisme al het gevoel dat hun kind niet op Aarde wil zijn. Baby’s huilen vaak, wendden blikken en knuffelen af en ouders voelen zich soms niet geaccepteerd door de baby met autisme. Het kind oefent niet onbevangen de ontwikkelingsstappen, maar trekt zich vaak terug in de eigen wereld en is afwezig of juist dwingend aanwezig (door huilen of woede). Ouders voelen zich dus vaak afgewezen of zich verplicht te voegen naar de grillige behoeften van hun kind.

 

Antroposofisch mensbeeld
Een mens heeft een fysiek lichaam (gewoon je lichaam), een etherlichaam (vitaliteit), het astraallichaam (de ziel) en het ik-lichaam (de geest). Het IK van het kind met autisme heeft grote moeite om zich te verbinden met het astraallichaam, waardoor het zich niet goed kan uiten en geen diepere verbinding met de medemens aan kan gaan.

 

Het vermogen de ander als een ik-wezen waar te nemen, lukt bij een mens met autisme niet. De ander wordt in de symbiose vaak instrumenteel gebruikt om het eigen doel te bereiken, zodat zij zelf kunnen overleven. De ander wordt vaak ook uit angst voor het onbegrijpelijke vermeden. Een kind met autisme is helemaal wakker in de aardse wereld, waardoor alles sterk binnenkomt, of trekt zich geheel in een slapend bewustzijn terug in het hemelse, de geestelijke wereld. Het is een tussengebied tussen daadwerkelijk waken en slapen waarbij je extreem gevoelig bent voor omgevingsinvloeden.

 

De oorzaak hiervan is het afgewend zijn van het Ik-lichaam, waardoor de buitenwereld sterk en ongefilterd binnendringt. Een chaos aan indrukken overvalt hen, waardoor ze in paniek vluchten en zich afsluiten. Dat afsluiten wijst op het vermogen zich zover terug te trekken, dat indrukken van buitenaf hen niet meer deren. Gevolg van het afsluiten is onbegrip. Het lichaam zelf wordt dat tot buitenwereld gemaakt.

 

Terugschrikken
Volgens Steiner (de grondlegger van de Antroposofie) heb je wanneer je komt te overlijden de mogelijkheid om je leven terug te zien. Alsof je het opnieuw afspoelt. Dit kennen we van ervaringen van mensen met een bijna-doodervaring. Schijnbaar gebeurt ongeveer hetzelfde wanneer je geboren gaat worden, alleen dan andersom. Je ziet dan een blik op je leven dat gaat komen. Deze gebeurtenissen kunnen zo zwaar lijken, dat de ziel zich terugtrekt. Vaak gaat dit gepaard met trauma’s (karma) uit vorige levens. Autisme kan dus gezien worden als een probleem van de ziel.

 

Het Ik-lichaam is er om in het leven in te grijpen, sturing te geven. De werking van het ik-lichaam in het hoofd is concentreren, je focussen op één punt. De werking in de ledematen, is om één te worden met de omgeving, om bijvoorbeeld van een afstand een doelwit te raken. Dus de werking van het ik-lichaam is tegengesteld in hoofd en ledematen. Bij autisme is de aansturing te zwak, waardoor hoofd en ledematen in hun eenzijdigheid vervallen. In het hoofd wordt het dwangmatig en in de ledematen te oplossend. Normaal gesproken vindt via het middengebied (de romp, het gevoel) een gezonde afwisseling plaats, maar dit gebeurd bij autisme dus niet, omdat er te weinig verbinding met het ik-lichaam is.

 

Het ik-lichaam werkt dus wel, maar zonder afwisseling tussen binnen- en buitenwereld, waardoor het opgesloten dwangmatige in het hoofd verschijnt en het oplossende van de ledematen, zonder begrenzing ook verschijnt. De gezonde afwisseling vindt niet plaats, de twee machten vinden elkaar niet, de verbinding ontbreekt. Vanwege het onvermogen zich af te grenzen hebben negatieve stemmingen en sferen een sterke invloed op het kind en neemt het kind die vaak instinctief over wat resulteert in huil-, woede-, of schreeuwbuien, automutilatie of anderen pijn doen, terwijl het kind hier zelf onder lijdt.

 

Het kind met autisme zal altijd een symbiotische band met (vooral de moeder) aangaan. Dit is nooit aan de ouder te verwijten, omdat dit de enige overlevingsstrategie van het autistisch kind is en de ouder dit meestal feilloos aanvoelt. De band wordt voor de ouder op latere leeftijd veel te beknellend en wordt dan vaak ook overgenomen door meerdere begeleiders, zodat de ouder ademruimte krijgt. Dit losmakingsproces heeft een zorgvuldige begeleiding nodig.

 

 

autisme-antroposofie-2

No Comments

Leave a Reply